Ecodesign-richtlijn (ErP)
Wat werkelijk belangrijk is bij de EU-verordening 1253/2014
Milieuvriendelijk design
De Europese Ecodesign-richtlijn 2009/125/EU (energy related products) stelt minimumvereisten voor energie-gerelateerde producten. Met behulp van de richtlijn, zouden zowel het energieverbruik als CO2-uitstoot drastisch verlaagd moeten worden. Daarnaast moet het aandeel van hernieuwbare energie of warmteterugwinningssystemen worden verhoogd.
Binnen de reikwijdte van de Ecodesign-richtlijn, werd de EU-verordening 1253/2014 opgenomen, welke een "milieuvriendelijk" design van ventilatie-units voor residentiële en niet-residentiële ventilatie-eenheden beschrijft. Sinds 1 januari 2016 mogen enkel producten die voldoen aan de vereisten van de verordening worden verkocht op de Europese markt.
Alle producten van DencoHappel worden ingedeeld als niet-residentiële ventilatie-eenheden.
Waarmee moet er rekening gehouden worden?
Geldigheidsbereik
De Ecodesign-richtlijn is van toepassing op ventilatie-units die de vervuilde lucht vervangen door buitenlucht in een gebouw of een deel van een gebouw. Vervuilde lucht vloeit voornamelijk voort uit de aanwezigheid van personen en de uitstoot veroorzaakt door gebruik van machines.
Ventilatie-units voor de behandeling van industriële of productie-emissies en het verwijderen van warmtelasten vallen niet binnen de reikwijdte van de Ecodesign-richtlijn.
Er kan geen algemene uitspraak gedaan worden over toepassingen die gelden als procesluchtbehandeling! De toepassingen moeten geval per geval geëvalueerd worden.
Uitzonderingen:
Ventilatie-units met de volgende eigenschappen vallen buiten het geldigheidsbereik:
• Elektrische vermogensopname < 30 W (voor elke luchtstroom)
• Ventilatoren en dampkappen (verordeningen 327/2011 en 66/2014)
• Units die uitsluitend gebruikt worden in omgevingen met ontplfoffingsgevaar(ATEX, richtlijn 94/9/EU)
• Bedrijf in noodgevallen en gedurende korte periodes (tijdsperiode niet gedefinieerd, ontroking, brandbeveiliging)
• Temperatuurbereik > 100 °C of < -40 °C (verplaatste lucht)
• Omgevingstemperatuur voor de aandrijfmotor > 65 °C of < -40 °C
• Voedingsspanning >1,000 V AC of >1,500 V DC
• Bijzondere voorwaarden op plaats van installatie (toxisch, extreem corrosief, ontvlambaar)
• Omgeving met schurende stoffen
• Ventilatie-eenheid voor uitsluitend recirculatie-modus of met recirculatieaandeel van >90%
NIET-residentiële ventilatie-eenheden
Pulsielucht - extractielucht - verse lucht - afvoerlucht
Tweerichtingsventilatie-eenheden (TVE of EN: BVU):
Tweerichtingsventilatie-eenheden zijn meestal ventilatie-eenheden met pulsie- en extractiefunctie. De referentieconfiguratie van zulke eenheden omvat de omkasting, een filter en een ventilator voor elke luchtstroom. Bijkomende componenten zoals warmtewisselaars worden beschouwd als niet-ventilatieonderdelen. Deze eenheden moeten uitgerust worden met een vermogensgeregelde warmteterugwinning.
| Ecodesign-richtlijn geldig vanaf |
|
2016 |
2018 |
Referentie-configuratie
|
| Aantal |
luchtstroomrichting |
2 |
2 |
| ventilatoren |
2 |
2 |
| Filterklassen |
verse lucht |
F7 |
F7 |
| extractielucht |
M5 |
M5 |
| Warmterecuperatiesysteem |
|
vereist |
|
Min. vereisten
|
| Rendement warmteterugwinning (droog) ηt [%] |
glycolbatterijen |
63 |
68 |
| andere recuperatiesystemen |
67 |
73 |
Internal spec. fan power
SFPint_limit [W / (m3 / s)] |
glycolbatterijen |
q < 2 m3 / s |
1700 + E - 300 xq / 2 - F |
1600 + E - 300 xq / 2 - F |
| q > 2 m3 / s |
1400 + E - F |
1300 + E - F |
| andere recuperatie-systemen |
q < 2 m3 / s |
1200 + E - 300 xq / 2 - F |
1100 + E - 300 xq / 2 - F |
| q > 2 m3 / s |
900 + E - F |
800 + E - F |
| Efficiëntiebonus E [W / (m3 / s)] |
glycolbatterijen |
(ηt - 63) x 30 |
(ηt - 68) x 30 |
| andere recuperatiesystemen |
(ηt - 67) x 30 |
(ηt - 73) x 30 |
| Filtercorrectiewaarde F |
referentieconfiguratie |
0 |
0 |
| M5-filter ontbreekt |
160 |
150 |
| F7-filter ontbreekt |
200 |
190 |
| F7+M5-filters ontbreken |
360 |
340 |
| Ventilatorsnelheidsregeling |
|
vereist |
vereist |
| Verschildrukbewaking filter |
|
niet vereist |
vereist |
REFERENTIECONFIGURATIE voor TVE's
NIET-Residentiële ventilatie-eenheden
Pulsielucht - extractielucht
Eénrichtingsventilatie-eenheden (EVE of EN: UVU)
Eénrichtingsventilatie-eenheden zijn meestal eenvoudige pulsie- of extractie-eenheden. De referentieconfiguratie van zulke eenheden omvat de omkasting, een filter en een ventilator. Bijkomende componenten zoals warmte-overdrachtsinrichtingen worden beschouwd als niet-ventilatieonderdelen. Het gebruik van zulke units is enkel toegestaan indien de mechanisch gegenereerde luchtstroom wordt gecombineerd met vrije ventilatie door een raam of door geïnstalleerde ventilatieopeningen.
| Ecodesign-richtlijn geldig vanaf |
|
2016 |
2018 |
| Referentie-configuratie
|
| Aantal |
luchtstroom-
richting |
1 |
1 |
| ventilator |
1 |
1 |
| Filterklassen |
verse lucht |
F7 |
F7 |
| extractielucht |
M5 |
M5 |
| Min. vereisten
|
| Ventilatorefficiëntie |
P ≤ 30 kW |
6.2 % *ln(P[kW])+ 35,0 % |
6.2 % *ln(P[kW])+ 42,0 % |
| P > 30 kW |
56.1% |
63.1 % |
Vereisten betreffende
intern specifiek
ventilatorvermogen
SFPint_limit |
W / (m³ / s) |
250 |
230 |
| Ventilator-snelheidsregeling |
|
vereist |
vereist |
| Verschildrukbewaking filter |
|
niet vereist |
vereist |
Referentieconfiguratie VOOR EVE's